F*cking studiebol

Ik ben inmiddels twaalf jaar en ga naar het voortgezet onderwijs. Ik kom nog maar net uit klas zes (dat is nu groep acht) en ben als brugklasser opeens weer de jongste.

De eerste maanden voel ik me heel ongemakkelijk en onzeker. Maar ik neem een besluit: ik ga hoge cijfers halen. Dat lukt, met als gevolg dat ik ineens studiebol word genoemd. Eigenlijk vind ik dat helemaal niet erg. Het motiveert me om hoog te blijven scoren.

Helaas zijn er op school niet echt inspirerende leerkrachten. De leerkracht zit meer in mijzelf. Toch is er soms wel een klik. Vooral met mijn docent Nederlands. Hij inspireert me door zijn bevlogenheid waarmee hij spreekt over de Nederlandse taal.

Prachtige betogen kan hij voeren, en mijn medescholieren respecteren hem. Hij weet de klas te boeien. Bij mij ontstaat zo een liefde voor het Nederlands, die zich vooral uit in de vorm van woordspelletjes.

Mijn geschiedenisleraar is een waar verhalenverteller. Niks alleen maar jaartallen stampen: nee, hij leert mij de geschiedenis in een groter verband te ervaren. Hij vergelijkt geschiedenis met een hogere vorm van wiskunde.

Bijzonder aan deze docent is dat hij naast zijn werk als geschiedenisleraar ook nog een bekende kroeg heeft in het dorp waar ik geboren ben. Pikant detail is dat hij z’n tijd ver vooruit is, want hij doet aan partnerruil met onze overburen.

Voor de rest vind ik school vooral zonde van mijn tijd. Ik ervaar een groot gebrek aan enthousiasme en blije gezichten, zowel bij de docenten als de leerlingen.

Wat vind ik het toch lastig om hele dagen netjes op mijn stoel te blijven zitten, terwijl ik liever met m’n twee schoolvrienden zou afspreken om lekker rond te hangen in het bos of in de stad.

In die tijd ben ik, zoals mijn overbuurman tegen mijn moeder vertelt; een brave borst. Een pleaser, ook al besef ik dat dan nog niet. Mijzelf in overlevingsmodus zetten als studiebol en pleaser kost me zoveel energie. De modus zal me in de komende jaren nog veel meer in de weg komen te staan.

Foto Yaroslav Shuraev