Ik logeer regelmatig bij mijn broer Max. Hij woont in de studentenstad Leiden. Een enkele keer ben ik bij een door Max te volgen college.

Bij een van die colleges zegt de betreffende professor: ‘U bent van harte welkom bij dit college. Mag ik u vragen wat u studeert?’ ‘Zeker, ik studeer “autodidactisme”.’ Hilariteit alom. Ik mag blijven luisteren, en zo hebben Max en ik heel wat ontmoetingen in de universiteitsstad.

Op zeker moment krijgt hij te horen dat het oude statige pand waarin hij woont binnen een jaar gesloopt gaat worden en de bewoners andere woonruimte moeten gaan zoeken. Aangezien het nogal lastig is om geschikte andere woonruimte te vinden, stel ik voor dat hij bij mij komt wonen.

Dat betekent beduidend meer met de trein pendelen tussen Haarlem en Leiden, maar Max grijpt het aanbod met beide handen aan. Ook kat Otto gaat mee. Wat een bonte boel in huize Booms. Uiteraard zijn er zo nu en dan ook lastige situaties, maar die worden meestal ook weer uitgepraat.

Even een stukje geschiedenis

Rond mijn twintigste kom ik met een chique oudere dame in aanraking. Zij heeft net een mooi groot huis in Zandvoort gekocht. De vriendschap die tussen ons ontstaat, maakt dat ze op zeker moment vraagt of ik misschien interesse heb in het huren van het compleet verbouwde zomerhuisje.

Alles zit erin. Een kleine keuken, badkamer en een woonkamer. Voor mij helemaal perfect, dus ik verlaat het ouderlijk huis. Dit als laatste kind, want mijn zus is gaan samenwonen met haar vriend en mijn broer woont en werkt in Leiden, waar hij ook aan de universiteit studeert.

Wat een prachtig nieuw begin als twintiger. Dicht aan het strand en toch ook de grote stad binnen handbereik. Ik woon er met veel plezier, al beginnen ook hier weer de depressieve gevoelens op te spelen.

Samen met mijn huisbazin en vriendin praat ik hier wel over. Zij is een wijze dame maar kan mijn depressie natuurlijk niet wegtoveren. Het meest belangrijke stofje om weer in actie te komen, serotonine, maak ik niet voldoende aan. Ik eet wel voedingsmiddelen waar de stof in zit, maar in zijn totaliteit krijg ik te weinig binnen.

Doordat ik inmiddels wel een echte ‘overlever’ ben geworden, zet ik me zoveel mogelijk over mijn depressie heen. Ik heb al wel eerder met mijn huisarts gesproken over medicinale ondersteuning omdat ik me buitengewoon onrustig voel.  

Ook de snelheid van rondrazende gedachten in mijn hoofd zijn niet om uit te houden. Ik blijf hobbelen van het ene uiterste naar het andere, van diep somber zijn naar overactief overal overheen walsen.

Ik snap geen bal van mezelf maar overleef wel. Door regelmatig gewoon heel praktisch te blijven, weet ik de meeste stemmingsschommelingen te doorstaan. Zonder besef van hoe gevaarlijk ik aan het leven ben.

Ik vind het op zeker moment toch zonde van mijn geld om iedere maand een pittig bedrag aan huur kwijt te zijn. Dat moet anders kunnen. Ik heb inmiddels een goede baan met een contract voor onbepaalde tijd bij de KLM.

Dat zorgt ervoor dat ik op pad ga om een eigen huis te kopen. Door in een huis te investeren, bouw ik een mooi kapitaal op voor later. Ik val als een baksteen voor een huis in Haarlem uit 1939 met een voor en achterkamer, waarvan de kamers gescheiden worden door schuifdeuren met prachtig gekleurd glas in lood.

Het voelt alsof ik in de hemel ben beland. Ik doe direct een bod en voor ik het weet ben ik de trotse eigenaar van dit bijzondere stadshuis. Een vriendin die voor het eerst komt om te proeven van mijn nieuwe onderkomen vertelt me dat ze het huis naar vakantie vindt ruiken.

Wauw, een groter compliment kan ik me niet voorstellen. Wat een mooie beschrijving. Ik voel me gezegend dat ik het huis heb gekocht, al verklaren veel mensen me voor gek omdat ik zo’n grote investering in mijn eentje doe, en dat al op mijn eenentwintigste.