Boomzen

Mijn achternaam is Booms en als ik me zen voel ( volledig bewust ) creëer ik Boomszen gedichten

Dichten om te openen

Vanaf september 2022 ga ik van het delen van verhalen naar het delen van gedichten

Ik vind het heerlijk om naar verhalen te luisteren. Van mijn vrouw, mijn kinderen, van een vriend, vriendin of familielid, maar ook van een vreemde.

Naarmate ik ouder word lukt het me beter om echt te luisteren. Zelf doe ik dat door te vertragen, verbinden en genieten. Een ideale cocktail om de ander te zien en te horen zoals hij of zij daadwerkelijk is en mag zijn.

Wat is het vurrukkulluk om met woorden te spelen. Het blijkt dat ik een gevoel heb ontwikkelt om woorden achter woorden als het ware te zien en horen.

Simpel gezegd houdt dat in dat ik het een uitdaging vind om mensen open vragen te stellen. Het middel dat ik daarbij gebruik is interviewen via de mail. Alle antwoorden zet ik om in een ode, een gedicht voor een ander. Als een originele samenvatting van het leven van een ander op het moment zelf.

Met dichten om te openen wens ik je veel wijsheid en plezier toe.

In liefde Rene

Mijn vader papa


jij voelt voor mij als een oeroude wijze eikenbooms

standvastig en vol van liefde

grenst jouw natuurlijke bescheidenheid inspirerend langszij een tempeltje

vol gevuld met sprankelend helend levenswater

natuurlijk avontuurlijk wil iedereen wel wat van dat magische water

maar jij bepaald wie verder mag

jij wordt geleid door wat je al eerder zag

voorbij ieders vele gepraat herken jij stilte

soms oorverdovend irritant wil jij uiteraard ook spreken, zoveel heb jij te vertellen lief mens

kom gerust over jouw veilige grens

daar waar nog zoveel nieuws valt te beleven en waar jij je kunt en mag zijn wie Frans ten diepste is

jij wordt gezien en gehoord en je zult merken dat je daar niet voor hoeft te werken

jouw authentieke wijsheid mijn vriend weet en voelt het al zo lang

streel jouw hand maar eens langs jouw wang

in jouw schijnbaar nieuwe wereld gaan er poorten als vanzelf open

je hoeft alleen maar te bewegen

stap voor stap en alles is er al na jouw eigen oerknal

welkom thuis!

Uit de kast

Inmiddels ben ik eind twintig en is Saar van een schrijfmaatje mijn vriendin geworden. Zij heeft bovendien haar baan als klinisch psycholoog opgezegd om met mij te kunnen samenwonen in Haarlem. Saar en ik gaan met onze lelijke eend naar de Schotse Hooglanden.

Foto Haadi Souaid

Dit  ‘uitdekast’ avontuur begint met een wonderlijke nieuwe ontmoeting. Na een tip van een vriend van mijn broer bel ik voor het eerst met Sander om een onderhoudsafspraak voor de auto te maken. De telefoon gaat over.

Hij neemt op en begint te praten. Dat is vreemd: ik hoor de klank van mijn eigen stemgeluid. Alsof ik aan de andere kant van de lijn mezelf hoor. Zo bizar en vertrouwd tegelijkertijd. Via die vriend van mijn broer horen wij dat Sander de lelijke-eend expert van Noord-Holland is. Ik ben zo benieuwd naar dit mens.

Voor het gemak hebben we op een centrale plek in een dorp afgesproken. Achteraf blijkt dat hij eerst even wil checken of de klant wel naar zijn zin is voordat hij die meeneemt naar zijn wat later blijkt bijzondere garage.

Zo zeg, denk ik, dat is een mooie man en lekker excentriek. Het klikt direct tussen ons. Saar is terughoudender. Achteraf gezien heeft ze direct door dat Sander als een baksteen voor mij valt. Hij besluit om onze auto in onderhoud te nemen en we spreken een datum af voor een grote vakantiebeurt.

Op de bewuste dag rijd ik naar de garage en raak diep ontroerd. Sander, onze nieuwe monteur, staat te werken aan een auto en heeft overal smeer. Er schalt prachtige klassieke muziek door de garage. Het voelt alsof ik het podium van een theater ben opgereden.

We zijn heerlijk heen en weer aan het ouwehoeren en hebben eenzelfde soort plagende humor. Hij gaat aan de slag met onze auto en uiteindelijk ben ik weer onderweg naar huis met een goedgekeurde ‘vakantieauto’.

De hele vakantie ervaren we geen enkel mankement aan de auto, behalve een klapband omdat ik langs de Schotse kronkelweggetjes over een kei heen rijd. Maar die band is zo verwisseld.

Bij thuiskomst in Nederland volgt er weer een afspraak omdat de accu terugloopt in kracht. Ditmaal is Sander aan het ‘eendenwerk’ in de tuin van zijn ouders. Hij is wat nerveus heen en weer aan het lopen en komt uiteindelijk met een nieuwe accu aanzetten. Terwijl hij deze accu erin zet, vraag ik hem wat hij van mij krijgt. Hij kijkt mij heel ondeugend en verleidelijk aan en zegt: ‘Nou, veertig gulden is oké, hoor.’

Dus ik zeg tegen hem: ‘Ja, maar dat is toch veel te goedkoop?’ ‘Ja,’ zegt hij, ‘inderdaad. Waarom denk je dat je steeds maar zo weinig hoeft te betalen?’ ‘Uh, nou ik zou het eigenlijk niet weten… Je vindt me vast aardig.’ Hij begint hard te lachen en zegt: ‘Ach, wat kan het me ook schelen, ik ben stapelverliefd op jou! Dat wil ik al zolang tegen je zeggen, en nu durf ik het.’ ‘Sjezus, wat zeg je?’

Foto Mental Health America

Wauw, wat gebeurt hier? Alles draait bij mij. Het voelt zeker niet onprettig. Eerder onwennig, want dit heeft een man nog nooit tegen mij gezegd. En shit, ik woon samen met een mooie vrouw. Ik voel me op dit moment zo intens gelukkig. Een energie die ik niet kan beschrijven.

Stigmatisering op mijn werkvloer

In de zomer van 2007 krijg ik een pracht van een baan bij een nieuwe werkgever. Het zal mijn laatste worden.

Ik ga voor een visie-gestuurde organisatie werken. Alle mensen zijn gelijkwaardig en elk mens is uniek. Wat een mooie opmaat naar tien intensieve werk- en privéjaren.

Het zal nog vier jaar duren voordat er bij mij uiteindelijk de diagnose bipolair kan worden vastgesteld.

In die tien jaar tijd werk ik als individueel begeleider en cliëntbegeleider. Voor mijn collega’s is mijn stoornis vaak een last. Veel collega’s begrijpen mij niet. Ze vinden me geen doorzetter.

Mijn schaamte voor het feit dat ik mensen blijkbaar zo tot last kan zijn, is eigenlijk niet op zijn plaats. Mijn stoornis is geen mentale kwestie, maar een biologische.

Foto Andres Lugo-Garza

Dit verhaal over mijn ervaringen op de werkvloer is belangrijk voor mij. Ik wil vooral aandacht en begrip van mijn oude werkgevers, voor medewerkers met een psychisch ziektebeeld.

Stigmatisering op de werkvloer is in mijn ervaringsbeleving een meer besproken thema geworden de afgelopen tien jaar.

Mijn onwetendheid en die van vele ex-collega’s, en het daarmee gepaard gaande gevoel van onmacht, heeft diepe indruk op me gemaakt.

Ik heb me vaak onzeker en kwetsbaar gevoeld. Mijn oude werkgevers hebben mij ook de kans gegeven zelf met creatieve oplossingen te komen.

Bijvoorbeeld door op zoek te gaan naar een onafhankelijk personal coach. Na lang zoeken heb ik haar gevonden. Het mooie van deze jarenlange coaching is dat er inmiddels een vriendschap aan het ontstaan is.

Ik voel dat ik eindelijke afscheid van het pedagogisch werk bij mijn werkgever kan nemen. Door mijn nieuwe schrijverswerk komt ook mijn privéleven weer in balans.

Begrip vormt het centrale thema bij het afscheid. Als er geen wederzijds begrip is, dan is er ook geen respect voor elkaars situatie. Voor begrip heb ik hard moeten knokken.

En toen was daar 2018. Wat een turbulent anderhalf jaar. Zo samen met gezin, vrienden en familie.

Vanaf juni 2017 ben ik gestopt met het werken voor een werkgever. Wat een vrijheid.

Als eigen baas kan ik makkelijker mijn levens- en werkritme vinden. Ik besluit over mijn bipolair leven te schrijven.

Via mijn blogsite en Google publiceer ik artikelen. Met de artikelen en de reacties daarop begint mijn bipolair leven ook een digitale plek te krijgen.

Het vormt een mooie aanzet tot het uitgeven van mijn autobiografie Bipolair, mijn geheim over leven!

Inmiddels leven we in 2022 en geniet ik van mijn Bipolaire bestseller. En zoveel enthousiaste reactie, vooral over de herkenbaarheid van de last die mensen ervaren bij de bipolaire stoornis.

Door de combinatie dynamisch coach en schrijver is het sociale initiatief Het echte luisteren, interviewen via de mail ontstaan, en heb ik mensen mogen begeleiden naar een nog mooiere versie van hunzelf.

Broederliefde

Mijn broer komt voor een jaartje bij mij wonen. Even bijtanken en z’n balans hervinden. Een turbulente tijd. Hij is een ware levensgenieter maar kan zich ook tijden behoorlijk eenzaam voelen.

Maar goed, het gezamenlijk huishouden draait prima, met dank aan een gezamenlijk rooster. We koken ook voor elkaar. Mijn broer heeft nogal roerige jaren op en om de universiteit achter de rug. Ook vrienden en vriendinnen komen regelmatig over de vloer, wat een heerlijke intensiteit van leven met zich meebrengt.

Mijn leven ervaar ik als rijden in een locomotief. Het kost nogal wat energie om het voertuig op gang te krijgen, maar als hij eenmaal rijdt, dan dendert hij onverminderd voort. Als ik ‘op stoom ben’, dan ben ik niet meer te houden.

Ik ga helemaal op in bijvoorbeeld een plan van mijn broer om voor een periode in Zimbabwe te gaan wonen en werken. Overigens liggen er ook bij mijn broer depressies en stemmingswisselingen op de loer. Helaas kunnen we elkaar niet echt helpen. We weten simpelweg nog te weinig over het fenomeen depressie.

Ik voel me intens dankbaar voor het gezelschap van mijn broer en besluit hem verderop in het jaar op te gaan opzoeken in Afrika, waar hij dan voor een jaar naartoe verhuisd is.

Zoals je inmiddels weet, zit ik qua vliegtickets gebakken. Ik koop verschillende tickets om naar Lilongwe te vliegen. De sport is om zo te reizen dat ik wel weer op tijd terug ben voor mijn eerste werkdag. De tickets kan ik alleen gebruiken als er een plaats in het betreffende vliegtuig beschikbaar is. Logisch: eerst klanten, dan medewerkers. Dus koop ik tickets voor verschillende tussenstops. Zo vergroot ik mijn kans om mee te kunnen vliegen. Is het niet op de ene luchthaven, dan lukt het wel via een andere.

Slapen kan ik lokaal in het dorp waar mijn broer woont. Wat een indrukwekkende aankomst op Lilongwe Airport. Ik zie mijn broer en voel diepe ontroering. We reizen naar het dorp waar hij woont, en mijn broer zit vol verhalen. Heerlijk om naar te luisteren. Van zijn introverte karakter merk ik even helemaal niets.

Bij aankomst worden we verwelkomd door het gezin dat bij Max inwoont en zorgt voor het huishouden en de tuin. Ik vertel aan Max dat ik best wel een ‘slavengevoel’ bij zo’n jong gekleurd gezin krijg. Max legt uit dat als hij ze niet had aangenomen, dit gezin dan niet in zijn levensonderhoud zou kunnen voorzien.

Qua buitenshuis eten is het oppassen geblazen. De Zimbabwanen frituren heel veel, waaronder vlees. Het frituurvet wordt te lang gebruikt en krijgt een ietwat ranzige bitter-zure smaak. Als het gebakken is, wordt het vlees op de balie van een standje neergelegd. Het ruikt heerlijk en ik geniet van de lekkere geur. De ietwat ranzige smaak neem ik dan maar voor lief. De trek wint het van mijn gezond verstand.

Toch zou ik beter moeten weten. Je weet namelijk niet hoelang dat vlees in de warme buitenlucht heeft gelegen. De lokale bevolking is deze manier van eten gewend. Ik dus duidelijk niet en ik ben weken aan de diarree. Het gevaar van uitdroging ligt op de loer. Bizar om achteraf te horen dat de aarde van Zuid-Afrika vol schijnt te zitten met lithium.

Onze eerste trip brengt ons bij de meest indrukwekkende watervallen die ik ooit gezien heb. De Victoriawatervallen zijn adembenemend mooi. We zijn er met een stoomtrein naartoe gereden, een ervaring op zich. Als we vlak in de buurt van die vallende watermassa staan, worden we nat van de nevel die vrijkomt door het watergedonder. Wat is dit genieten geblazen.

Foto Muhammed Ballan

Daarentegen zijn er ook de mensonterende toestanden in Mozambique. We bevinden ons op de grens van Mozambique en Zimbabwe. De regeringsauto’s rijden daar levensgevaarlijk hard over de stoffige wegen, en ze remmen niet af. Er verongelukken voetgangers. Deze ervaringen snijden diep in mijn ziel.

De respectloosheid van de politiek naar de lokale bevolking is zo intens. Ik begrijp nu ook beter hoe corruptie zo in de hand gewerkt wordt. Mijn broer en ik zijn juist begaan met de lokale bevolking. Er is zoveel wijsheid. Toch overheerst ook hier de enorme armoede.

De jonge mensen willen allemaal vrienden met je worden. Zij horen verhalen over rijkdom in Europa en willen ook een kans. Max en ik besluiten een bijdrage te leveren aan de lokale welvaart door een berg te beklimmen en daarvoor dragers in te huren.

En zoals gezegd huurt Max een kok en schoonmaakster in. Zij mogen gratis inwonen en verdienen wat geld om te kunnen sparen. Er wordt zelfs een baby geboren. In een aangrenzend pand is er genoeg ruimte voor het hele jonge gezin.

Als mijn broer niet hoeft te werken of studeren, reizen we ook naar Zambia. We raken met lokale mensen in gesprek en horen verhalen over hoe buitenlandse boeren van hun erf worden verjaagd, waarna dat wordt ingenomen door de locals.

Volgens de bevolking hebben de buitenlandse boeren deze grond oorspronkelijk ingepikt en is nu de tijd aangebroken om die terug te vorderen. De spanningen hangen in de lucht. Tijdens het reizen mogen we meerijden met een van de buitenlandse boerinnen.

De buitenlandse boeren hebben hun eigendommen nog wel maar zijn zich terdege van het feit bewust dat hun land ook teruggevorderd kan worden door de locals. Bij hun woonhuis hebben zij een zwembad zonder zwemwater. Zij hebben het zwembad gevuld met drinkwater omdat ze bang zijn dat de locals ook de drinkwatervoorziening gaan opeisen. Zo verontrustend en ook onze boerin gedraagt zich paranoïde.

Max en ik zijn ook regelmatig in gesprek over onze persoonlijke situatie. ‘Ben je gelukkig?’ ‘Kun je doen wat je belangrijk vindt?’ ‘Hoe bevalt je werk?’ We drinken lekker sterke thee en komen uit op mijn werk voor de KLM en hoe ik het werken daar ervaar.

Vooral de vier mooie reizen naar mijn familie in Albuquerque herinner ik me goed. Vol van de Afrikaanse indrukken keer ik terug naar Nederland, alwaar spannende tijden aanbreken. Ik solliciteer voor een baan in de gezondheidszorg. Ik word dan groepsbegeleider voor oudere mensen met een verstandelijke beperking.

Foto Kerry Carron

Ik kan me nog als de dag van gisteren herinneren dat de sollicitatiecommissie mij de vraag stelde: ‘Waarom wil je stoppen met zo’n goedbetaalde baan en bij ons komen, waar je ongeveer de helft minder verdient?’

Voor mij is het antwoord niet lastig: ‘Ik heb zoveel diepgang ervaren in mijn vrijwilligerswerk. Bij de verschillende sociale organisaties waar ik dat vrijwilligerswerk doe, is er zoveel ruimte voor inhoud en persoonlijke ontwikkeling. Dat is bij de KLM absoluut niet het geval. Alles draait om de winst. Ook prima, maar voor mij is dat zeker niet het enige wat belangrijk is.’

Ademen

Een training van vijf dagen lang: samen ademen met twaalf vrouwelijke metgezellen. In de aanloop naar het gezamenlijk ademen, spreek ik met verschillende intimi over de naderende training. In die gesprekken ervaar ik een soort van voorgevoel.

In de loop van mijn leven heb ik al heel wat intensieve trainingen gevolgd. Op spiritueel vlak ben ik daardoor gegroeid, en toch heb ik altijd het gevoel niet tot mijn allerdiepste kern te komen. Heel confronterend.

Alsof ik, zonder dat ik dat nou bewust wil, altijd de kantjes eraf heb weten te lopen. Degene die het ademavontuur begeleidt, ken ik al een aantal jaren van andere ademavonturen. Ik voel me compleet veilig bij haar.

Ik word me steeds bewuster van de ongekende krachten van bewuste ademhaling. Wel is zij zo vol liefde en overgave dat het me soms benauwt. Het lijkt net alsof mijn leven niet meer mijn eigen ervaring is, maar meer die van haar dominantie.

Het feit dat ik een man ben, maakt haar intens blij. Zij spoort mij extra aan om vooral naar de vijfdaagse te komen. Dit omdat zij snakt naar een man in het gezelschap. Ik voel me vereerd.

Toch ervaar ik ook een druk van: laat het nou niet afweten, dan zijn we namelijk met alleen maar vrouwen over. Behalve dat het financieel een investering vraagt, vind ik het ook lastig mijn ego los te laten.

Ik heb me dus ook wel laten verleiden tot deze ‘kundalini-tsunami’, vijf dagen zeer bewust ademhalen. Je heelt dan anderen en jezelf. Toch moet dit avontuur plaatsvinden. Ik duik er volledig in.

Tussendoor heb ik ’s avonds even contact met mijn partner. Na het avontuur hoor ik van haar dat ik bij dag twee al zweverig en onbereikbaar begon te praten. Alsof ik vanuit een cocon sprak. Mijn ademen zuigt me naar binnen, naar de meest vreselijke plekken in mijn geest. Het lukt me niet om voor deze plekken woorden te vinden.

Na afloop van de vijfdaagse rijd ik samen met mijn maatje naar huis. Na een aantal kilometers rijden durf ik niet verder. In mijn beleving beweegt alles op de snelweg te snel. Mijn maatje neemt het liefdevol over.

Ik word angstiger naarmate ik dichter bij m’n gezin kom. De kloof tussen het ‘ademavontuur’ en terug naar het gezin komen, voelt reusachtig, als een niet te nemen obstakel.

Als ik ben aangekomen op het parkeerterrein achter ons huis, merk ik dat ik in een andere snelheid ben gaan leven. Het ‘ademavontuur’ was een grote ontdekkingsreis naar rustig aan doen. Ik luister en volg mijn ademhaling. Gereset. Maar ik kan de verbinding met de gewone dagelijkse wereld niet meer maken. Heel beangstigend. Maar ja, ik moet toch mijn huis in. Mijn gezin ‘omhelzen’.

En dan gaat alles alsof ik in een rollercoaster terecht ben gekomen. Ik vind geen aansluiting. Mijn kinderen kijken me glazig aan. Of kijk ik glazig? Ze vinden me vreemd doen en herkennen me niet meer.

Dat voelt wel enorm heftig. Wat ik nog niet doorheb, is dat ik na al dat bewuste ademen mezelf rechtstreeks een psychose in geademd heb. José en Arie, mijn beste vriend, besluiten hulp in te schakelen.

Eerst ga ik naar de huisarts, en daarna rechtstreeks naar het ziekenhuis. Gelukkig is het niet nodig om een ambulance in te schakelen. Ik laat me geheel vrijwillig naar de psychiater brengen. Die heeft nog dossiergegevens van 25 jaar eerder, ten tijde van een observatie in een kliniek in verband met een mogelijke depressie.

In die vier weken observatietijd ben ik ook daadwerkelijk gediagnostiseerd als depressief. Die informatie helpt de psychiater in het ziekenhuis met zijn beeldvorming. Hij concludeert: ‘René, je zult af en toe last hebben van je bipolaire stoornis. Maar je bent niet de stoornis.’

Gek genoeg lucht deze diagnose me op. Mijn onrustige geest heeft eindelijk een naam. Omdat ik zo manisch als een deur ben, schrijft de psychiater medicatie voor me uit. Eindelijk geef ik me over.

Ik ben ziek, en ik wil weer beter worden. Het instellen van de medicatie verloopt zeer voorspoedig, in tegenstelling tot de vier weken observatie van heel lang geleden. Ik heb wel tijd nodig om te landen.

De abnormale snelheid en hoeveelheid indrukken gaan enige tijd door. Als ik uiteindelijk weer een stuk mag fietsen, zet ik mijn fiets in de achtste versnelling. Anders ga ik er als een speer vandoor. Wandelen doe ik met mijn bergschoenen. Lekker zwaar van gewicht.

Door het ademen ben ik steeds rustiger geworden, met weinig last van prikkels. Vervolgens ben ik in een mum van tijd ‘skyhigh’ gegaan. En nu gaat het iedere week wat beter. Iedere week voel ik me ietsje rustiger.

Ik slaap vooral weer veel beter en langer. Dat doet wonderen. Een aantal vrienden komt op ziekenbezoek, en ik maar raaskallen. Eigenlijk wil ik al mijn verworven inzichten in één minuut delen.

Langzaam gaat de vaart weer uit mijn intense leven. Ik voel uiteindelijk weer grond onder mijn voeten. Ik ben zo kwetsbaar. Alsof ik transparant ben.

José maakt het boos. Vooral dat de vrouwen niet op tijd hebben geconstateerd dat ik tijdens de workshop in een psychose terecht ben gekomen. Ik ben het helemaal met haar eens.

Pas veel later durf ik toe te geven dat ik deze vrouwen ook dankbaar ben. Ik durf door mijn pantser heen te breken, en ben nu bewuster dan ooit. Mijn ademhaling is mijn innerlijke zuurstof.

Het is ook een gevaarlijk offer geweest. Maar gelukkig leef ik nog. Intenser dan ooit.

Mijn leven moet op de rem

Tot een aantal jaren geleden verloopt mijn leven als in sneltreinvaart. Ruimte en tijd om situaties te verwerken ervaar ik nauwelijks. Laat staan ervan bij te komen. Hoezo op de rem trappen? Ik ben me absoluut niet bewust van het feit dat ik zelf op mijn rem kan trappen. Mijn leven hangt van activiteiten aan elkaar.

Foto Frans Van Heerden

Maar ik vergeet pauzemomenten in te lassen. Ik ben een teaser en pleaser. Als ik echt mijn hart volg en wat minder mijn gedachten mijn leven laat bepalen, dan zie ik beter wanneer iets even kan wachten en wat nu belangrijk is om te doen of laten.

Ik maak mezelf wijs dat ik zoveel doe omdat ik me anders te pletter verveel. Het is leven van het ene uiterste naar het andere, en beide leveren hetzelfde ellendige gevoel van tegenstrijdigheid en niet begrepen worden op. Maar het blijkt in de loop van de tijd dat ik vooral mezelf niet begrijp. Ik zit in een veranderproces maar wil nog te veel controle houden over mijn leven.

Ondertussen voel ik me dusdanig afgestompten verveeld raken dat dat ook mijn privéleven danig beïnvloedt. Ook doordat ik bijvoorbeeld avond na avond naar televisie-programma’s zit te kijken, die voor minstens de helft van de tijd uit zich herhalende reclames bestaat. Mijn geliefde en ik besluiten de televisie de deur uit te doen. Lang leve Netflix en onze laptop. Ik raak weer wat vervuld door inhoud.

Wanneer ik te gespannen ben en me continu zorgen maak over iets of iemand, dan breng ik mijn lichaam in hoogste staat van alertheid. Mijn lichaam wordt zeer gevoelig, en daardoor raak ik makkelijk in paniek. Die angst is voor mij zo ongrijpbaar en eng. Mijn ademhaling wordt te hoog. Ik ga hyperventileren, en er ontstaat een paniekaanval. D

Door deze angstgevoelens lukt mij niets meer. In gesprekken met vrienden blijkt bovendien dat ik met onopgeloste angsten rondloop. Dat ik angst voor de angst heb. Niet genoeg bevestiging krijgen betekent voor mij op den duur een serie opgestapelde onzekerheden.

Foto Mart Production

Die onzekerheden worden angsten. Vervolgens ben ik aan het hyperventileren, kan ik niet meer bij mijn gezonde bron komen en raak ik uitgeput. Dat is een belangrijke reden waarom ik vatbaar ben voor hyperventilatie. Ik leef in een vicieuze cirkel en hol mijzelf ook nog eens uit.

Na lange tijd en door veel oefenen heb ik minder zekerheid nodig van een ander. Zoals mijn beste vriend schrijft: ‘Jouw innerlijke schoonheid behoeft geen zekerheid, die is er gewoon.’ Ik kan genieten van de kassière die opkijkt en glimlacht omdat ze mij weer ziet.

Datzelfde ervaar ik als iemand mij aankijkt. Ik vraag dan regelmatig wat voor leuks die ander heeft meegemaakt. In overleg met mijn vrouw besluit ik ook na 24 jaar te stoppen met het werken in wisseldiensten. Wat een wijs besluit. Ik begin weer rust in mijn lijf te ervaren. Ik word niet meer geleefd door mijn gedachten.

Door alle inzichten die volgen, word ik vrijwel niet meer overvallen door paniekaanvallen. Ik heb wel een extra stuk gereedschap ontwikkeld: minstens tweemaal per dag doe ik een tukkie. Even alles helemaal loslaten.

Meestal ga ik even op de bank liggen. Ik zak dan even tien minuten weg, maar voordat ik echt in slaap val, sta ik op en vervolg mijn weg van die dag. Deze tukkies blijven zorgen voor een natuurlijke rem. Deze onderbrekingen hebben als het ware mijn leven gered. Als ik onder minder spanning sta, dan ervaar ik minder stress…

  • …waardoor mijn angst afneemt
  • …waardoor ik meer dingen zal durven
  • …waardoor ik meer ervaringen opdoe
  • …waardoor ik een voller leven krijg
  • …waardoor ik gelukkiger ben.

Hoezo immigratie?

Tahar is wat mij betreft de bakker van de lekkerste broodjes shoarma in de stad. Hij wil nadat ik gegeten heb even met mij praten. Of dat goed is. Eerlijk gezegd ben ik erg benieuwd waarover hij me wil spreken. Het blijkt te gaan over een andere vaste klant met de naam Maan.

Zij komt uit Hongarije en is met haar Hongaarse vriendin regelmatig te vinden in de shoarmazaak. Tahar vraagt of ik geïnteresseerd ben in een gesprek tussen Maan, hemzelf en mij. Dat klinkt wel heel mysterieus. Waar gaat dat gesprek dan over? We spreken bij hem thuis af, zodat we vrijuit met elkaar kunnen spreken. Ik ben wel in voor een avontuur en zodoende spreken we een dag en tijd af. Naarmate de datum dichterbij komt, word ik toch wat nerveus.

Waar kan dit nou over gaan? Ik heb echt geen flauw idee. Loop ik gevaar? Nee, zo voelt de situatie niet voor mij.

Eenmaal aangekomen zijn we alle drie wat onwennig, en Maan vertelt haar verhaal. Zij spreekt heel goed Nederlands en zegt dat zij voelt dat zij in Hongarije niet echt een goede toekomst zal hebben. Dat is ook de reden dat ze naar Nederland is gekomen.

Vele Hongaren zeggen dat je in Europa makkelijk een verblijfsvergunning kunt krijgen voor Nederland. Zij is er inmiddels achter gekomen dat dat nog niet zo een-twee-drie voor elkaar te krijgen is. Maan ziet er kwetsbaar uit en ze voelt oprecht. Haar vraag is of ik haar kan en wil helpen.

Uiteraard vraag ik natuurlijk eerst: waarmee dan? Als zij middels een samenlevingscontract kan laten zien dat zij uiteindelijk vijf jaar met een Nederlander heeft samengewoond, dan kan zij de Nederlandse nationaliteit krijgen. Wil ik minstens vijf jaar met haar samenwonen?

Ik voel een ware schok door me heen gaan. Wat bijzonder dat een medemens mij dit vraagt. Maar tegelijkertijd gaan er allemaal alarmbellen af. Pas op, pas op! Ik heb behoefte om een en ander eerst met wat intimi te delen en dan te bepalen wat mijn antwoord zal zijn.

Maan is een fascinerend mens om te zien. Met haar diepblauwe ogen kijkt zij me aan en ze moet glimlachen. We spreken af dat ik met een antwoord terugkom bij haar, en we wisselen ondertussen gegevens uit, zodat we elkaar makkelijk kunnen contacten. Terwijl ik weer naar huis fiets, flitsen er allerlei gedachten door me heen.

Kan ik Maan en Tahar vertrouwen? Hoe vast zit ik aan een samenlevingscontract? Wat als ik ondertussen een ander mens ontmoet waar ik helemaal smoor op word? Wat gebeurt er na die vijf jaar?

Maar het belangrijkste vind ik eigenlijk dat ik mijn vrijheid niet kwijtraak. Ik woon als vrijgezel prima en het op mezelf wonen bevalt voor nu uitstekend. Wat zou ik me op de hals halen?

Aan de andere kant kan ik wel een medemens echt helpen. Daar ben ik altijd bijzonder gevoelig voor. Tussendoor neem ik contact op met Maan, en ik vraag haar of we dan een soort latrelatie aan zouden kunnen gaan. Op die manier behoud ik in ieder geval m’n zelfstandig en vrijheid. Bovendien woont Maan op dit moment samen met een Hongaarse vriendin, en zij vindt het ook fijn om daar voorlopig mee samen te blijven wonen.

Zij moet gniffelen en zegt dat we niet per se hoeven samen te wonen. Dat is prettig om te horen. Ik vertel haar dat het een lastig besluit is, omdat deze deal niets te maken heeft met verliefd zijn op elkaar. Toch meestal het uitgangspunt om uiteindelijk een vaste relatie te beginnen en te gaan samenwonen.

Inmiddels heb ik een aantal intimi gesproken en zij zijn blij dat ik iets wil betekenen voor een medemens. Tegelijkertijd wijzen ze mij op de enorme verantwoordelijkheid die ik op me zou nemen. Alles in het kader van het welzijn van een onbekende vrouw uit Hongarije. Dit is precies waardoor ik ook twijfel. Zo’n samenlevingscontract voelt zo definitief.

Enige tijd later spreken we met z’n tweetjes af. Ik wil Maan eerst wat beter leren kennen. Zij vindt het geweldig dat ik niet direct nee zeg. We spreken hierna nog verschillende keren af. Wat een warme persoonlijkheid en ook nog een bijzonder pittige dame. Maar wat voelt dit ook raar dat Maan zo afhankelijk is van mij en mijn besluit. Dat machtsgevoel windt me gek genoeg op.

Ik deel deze gevoelens met haar en weer kijkt zij mij vol vertrouwen aan. Ze zegt dat zij zich niet afhankelijk voelt van mij. Het zou geweldig zijn als er een klik is, maar zo niet, dan gaat ze verder op zoek. Haar kracht en humor ontroeren me. Wat een moedig avontuur om vol vertrouwen naar Nederland te komen en je in ons land staande te houden.

Ik voel respect voor wat Maan onderneemt, en vooral voor de manier waarop. Niks geen machtsgevoelens meer. En doordat we gezamenlijk uitstapjes maken, ontstaat er vertrouwen. We merken bijvoorbeeld hoe belangrijk het is dat we onszelf zijn en blijven. Het mooie van alles is dat dat ook bijna vanzelf zo gaat. Er ontstaat ook meer vertrouwen naarmate we meer afspraakjes hebben. Op een geheel ongedwongen manier leren we elkaar beter kennen.

Uiteindelijk bemerk ik zelfs dat ik aan Maan gehecht begin te raken. En hoe fijn het ook is om weer een intiem maatje om me heen te hebben. Ook Maan vertelt dat zij een hechte klik ervaart. Wie had dat ooit gedacht: wij worden zowaar verliefd op elkaar.

Een nieuw avontuur vangt aan. Ik wil alleen nog niet samenwonen, al behoort dat wie weet later uiteraard wél tot de opties. Eerst gaan we met de trein op reis naar Maans geboorteplaats aan het Balatonmeer in Hongarije. Daar zal ik haar ouders voor het eerst ontmoeten. Na de reis bedenk ik me ineens dat deze reis al wel heel veel hoop geeft op een vaste relatie. Alles tussen Maan en mij voelt wel heel echt en spontaan.

Voorlopig geniet ik volop van de zich ontwikkelende vriendschap tussen Maan en mij. We zijn toch gekoppeld en ervaren nu al een klik. Vandaar deze reis in zo’n vroeg stadium en ook hier voel ik me een vreemde eend in de bijt. We komen aan in Amsterdam en stappen daar over op de internationale trein richting Boedapest.

We hebben nog wat overstaptijd over en gaan nog wat drinken in een grand café. Daar check ik mijn papieren en ontdek tot mijn grote schrik dat mijn paspoort verlopen is. Wat een drama. We hebben een geplande en dus geboekte reis, met tickets en al. Op Schiphol weet ik hoe je zo’n probleem kunt oplossen. De marechaussee kan je daar een vervangend reisdocument meegeven. Maar hier op Amsterdam Centraal?

De tijd dringt: we hebben nog ongeveer dertig minuten. Veel te kort om een vervangend reisdocument te regelen, en waar moet je naartoe? De politie? Ik voel me zo dom en reageer behoorlijk naïef. Ik stel voor om met mijn verlopen paspoort de gok te wagen. Lang leve de vrije grensovergangen.

Als ik al gecontroleerd word, zullen de ambtenaren me vast wel willen matsen. Dus net doen alsof ik van niets weet wordt een leugentje om bestwil. Althans, dat maak ik mezelf wijs. Maan voelt zich opgelaten en stelt voor om de tickets om te laten boeken en op een ander tijdstip naar Hongarije te reizen. Dit is weer zo’n situatie waarin ik eigenlijk in paniek raak, maar net doe alsof ik overzicht heb, me onbewust van mijn hoge ademhaling. Vervolgens word ik overvallen door paniekaanvallen, maar deel het gevoel daarbij niet. Uit welke ex-relatie ken ik dat nog meer?

Ik deel mijn onzekerheid niet voldoende, dus Maan heeft geen idee. Dat denk ik tenminste. Wat is nu het beste om te doen? Vasthouden aan dat wat afgesproken is lijkt mij de fijnste uitweg. Maar eigenlijk zet ik ons daarmee alleen maar klem. Natuurlijk kan er onderweg gecontroleerd worden en lopen we serieus de kans niet verder te kunnen reizen. Nog vijf minuten te gaan. Wat doen we? Uiteindelijk stappen we toch in. Ik wil de gok echt wagen. Maan gaat uiteindelijk akkoord.

Onze reis wordt vervolgd en ja hoor, op de grens met Hongarije gaat het goed mis. Er is een strenge controle waarbij iedereen wordt gecontroleerd. Uiteraard ontdekt de douanier dat mijn paspoort is verlopen. Hij laat ook duidelijk merken wie hier het gezag heeft en haalt zijn collega erbij. Er wordt besloten dat we er bij Boedapest uit moeten en dat we worden overgedragen aan de politie, die de zaak verder zal afhandelen.

Wat een ellende, ik schaam me kapot. Zeker tegenover Maan, maar ook tegenover haar ouders. Waarom heb ik ons nou toch in deze situatie gebracht? Maar de ellende gaat nog verder en dieper. Eenmaal in Boedapest word ik in een stationscel gezet, in afwachting van de volgende stap. Maan moet buiten wachten.

Een paar uur later snap ik dat het vastzitten niet alleen met het verlopen van mijn paspoort te maken heeft. De politie heeft contact gezocht met hun collega’s in Nederland. Het schijnt dat er in Nederland een bekeuring openstaat. De Hongaren en Nederlanders zijn meedogenloos. Ze willen me terugsturen naar Nederland om mijn zaken af te handelen. Daarna ben ik weer van harte welkom in Hongarije.

Terug naar huis? Maan heeft ondertussen haar netwerk ingeschakeld. De vader van een vriendin van haar werkt voor de politie in Boedapest. Hij probeert mij een kans te geven onder voorwaarden verder te reizen, maar die openstaande bekeuring is het struikelpunt. Hij krijgt het niet voor elkaar. Maan besluit verder te reizen nadat ik op de trein naar Amsterdam word gezet. Ik voel me zo boos en verdrietig tegelijk. En ik realiseer me dat ik deze situatie vooral aan mezelf te danken heb. Ik had mijn paspoort voor vertrek moeten controleren.

Wat me eigenlijk het meeste dwarszit, is hoe er nog een bekeuring open kan staan. Eenmaal terug in Nederland ga ik direct op onderzoek uit. Eerst vraag ik een nieuw paspoort aan. Ik ga telefoneren met de justitionele instanties die mij duidelijkheid kunnen verschaffen over de openstaande bekeuring. En hoe kan het nou dat ik om die reden geen vervangend reisdocument in het buitenland kan krijgen?

Tot overmaat van ramp vertelt de medewerkster me dat zij een fout hebben gemaakt. De openstaande bekeuring staat niet op mijn naam. Hoe kan het dan dat mijn naam naar boven is gekomen op het moment dat er vanuit Boedapest onderzoek gedaan werd? Ze heeft er geen antwoord op. Ik vertel haar over mijn schaamte tegenover Maan en haar ouders. Ze biedt namens de Nederlandse Justitie haar verontschuldigingen aan maar kan de situatie uiteraard niet meer terugdraaien. Naar een schadevergoeding kan ik ook fluiten. Want het feit blijft dat als ik mijn paspoort op orde had gehad, er helemaal niets aan de hand was geweest. Wat een les!

Intussen bereidt Maan zich er weer op voor om naar Nederland terug te komen. Wij besluiten een latrelatie te beginnen en een gezamenlijke reis rond de Kerst te plannen. We gaan opnieuw richting haar ouders in Hongarije. Uiteraard is nu wel alles op orde bij mij. Dat zorgt voor een voorspoedige reis.

We reizen langs het immens grote Balatonmeer. De trein volgt het spoor dat zich pal naast het meer bevindt. Bij de eerste ontmoeting met haar ouders is het alsof ik op audiëntie ga. Op onze bestemming staan ze al te wachten. Mijn eerste reactie is er een van ontroering, zo bescheiden als ze staan af te wachten wat wij gaan doen. En wat zijn ze klein. Ik word allerhartelijkst begroet en Maan vertaalt alles heel liefdevol. In hun appartement aangekomen maak ik kennis met Maans zus, en ik voel me al snel opgenomen in het gezin. Ik ben echt bekaf van het reizen en alle indrukken en ga naar de logeerkamer om te rusten. Ik val direct in slaap.

We ondernemen allerlei uitstapjes. De Hongaarse landschappen zijn adembenemend mooi. Zo met z’n tweetjes genieten we van dat wat op ons pad komt. Zeker als we de druiventuin van haar pa en ma gaan bekijken. Zoveel druiven, wat een prachtig gezicht.

Maan ziet mijn enthousiasme en nadat we enige tijd op de wijngaardtuin van haar ouders zijn geweest, nodigt ze mij uit om bij vrienden van de familie langs te gaan. Ook die hebben druiven in de tuin. Die uitnodiging sla ik natuurlijk niet af en voordat ik het weet, loop ik in de felle zon door de mooiste wijngaarden.

Ook dan weet ik nog niet dat mijn stemmingen door deze felheid beïnvloed kunnen worden. Dat komt omdat de warmte me laat zweten. Dan moet ik echt goed mijn waterinname op peil houden, en vooral ook mijn zoutgehalte. Het gaat dan niet om keukenzout, maar om natriumcarbonaat. Met een tekort aan dat speciale zout en water vergroot ik de kans dat ik ziek word en in een hypomane fase terechtkom.

Dat ik die kennis nog niet heb, levert soms gevaarlijke situaties op. Want langs de wijngaarden gaan is vooral heel leuk, maar de eigenaren willen je graag meenemen naar hun diepe kelders. Het is daar heerlijk koel en het is niet beleefd om een glas zelfgeproduceerde wijn af te slaan. Ik zal je vertellen dat dat niet bepaald een straf is, overheerlijke wijn slurpen, waarbij de druif als het ware charmant in je mond ontploft. Maar dan.

We lopen weer naar buiten, waar het zomers heet is. We bedanken voor de gastvrijheid en Maan brengt me naar de volgende wijngaard. Ook daar weer hetzelfde ritueel. De wijn smaakt daar zelfs nog lekkerder en het is fijn dat Maan alle communicatie vertaalt. Toch, als we uiteindelijk naar de vierde wijngaard onderweg zijn, voel ik me steeds lichter in m’n hoofd worden, en mijn lijf voelt loodzwaar.

Geen goede combinatie. Bovendien denk ik inmiddels dat ik een Hongaar ben en vloeiend Hongaars spreek. Ik ben echt dronken. Ik weet niet meer precies hoe we weer bij Maans ouderlijk huis aankomen, maar ze weet mij op het logeerbed te krijgen. Volgens Maan val ik Hongaars sprekend in slaap.

Ze is echt een lieverd, maar ik merk dat alle verliefdheid bij mij begint te verdampen. Ik ervaar haar nu veel meer als maatje. Ze begrijpt het gelukkig wel en toont begrip voor het feit dat ik voor iets meer afstand kies. Wel behoorlijk lastig nu we met elkaar op vakantie zijn en Maan nog wel verliefd is op mij. Toch hebben we het nog heel fijn samen.

Het lastigste vind ik zelf dat we nog genoodzaakt zijn bij elkaar in een bed te slapen. Er is gewoonweg te weinig ruimte in het appartement van haar ouders. Om voor de rest van de dagen een hotel te boeken, vind ik weer te afstandelijk. We blijven zonder enige moeite op ons eigen kantje.

Ik ben gek

Ik logeer regelmatig bij mijn broer Max. Hij woont in de studentenstad Leiden. Een enkele keer ben ik bij een door Max te volgen college.

Bij een van die colleges zegt de betreffende professor: ‘U bent van harte welkom bij dit college. Mag ik u vragen wat u studeert?’ ‘Zeker, ik studeer “autodidactisme”.’ Hilariteit alom. Ik mag blijven luisteren, en zo hebben Max en ik heel wat ontmoetingen in de universiteitsstad.

Op zeker moment krijgt hij te horen dat het oude statige pand waarin hij woont binnen een jaar gesloopt gaat worden en de bewoners andere woonruimte moeten gaan zoeken. Aangezien het nogal lastig is om geschikte andere woonruimte te vinden, stel ik voor dat hij bij mij komt wonen.

Dat betekent beduidend meer met de trein pendelen tussen Haarlem en Leiden, maar Max grijpt het aanbod met beide handen aan. Ook kat Otto gaat mee. Wat een bonte boel in huize Booms. Uiteraard zijn er zo nu en dan ook lastige situaties, maar die worden meestal ook weer uitgepraat.

Even een stukje geschiedenis

Rond mijn twintigste kom ik met een chique oudere dame in aanraking. Zij heeft net een mooi groot huis in Zandvoort gekocht. De vriendschap die tussen ons ontstaat, maakt dat ze op zeker moment vraagt of ik misschien interesse heb in het huren van het compleet verbouwde zomerhuisje.

Alles zit erin. Een kleine keuken, badkamer en een woonkamer. Voor mij helemaal perfect, dus ik verlaat het ouderlijk huis. Dit als laatste kind, want mijn zus is gaan samenwonen met haar vriend en mijn broer woont en werkt in Leiden, waar hij ook aan de universiteit studeert.

Wat een prachtig nieuw begin als twintiger. Dicht aan het strand en toch ook de grote stad binnen handbereik. Ik woon er met veel plezier, al beginnen ook hier weer de depressieve gevoelens op te spelen.

Samen met mijn huisbazin en vriendin praat ik hier wel over. Zij is een wijze dame maar kan mijn depressie natuurlijk niet wegtoveren. Het meest belangrijke stofje om weer in actie te komen, serotonine, maak ik niet voldoende aan. Ik eet wel voedingsmiddelen waar de stof in zit, maar in zijn totaliteit krijg ik te weinig binnen.

Doordat ik inmiddels wel een echte ‘overlever’ ben geworden, zet ik me zoveel mogelijk over mijn depressie heen. Ik heb al wel eerder met mijn huisarts gesproken over medicinale ondersteuning omdat ik me buitengewoon onrustig voel.  

Ook de snelheid van rondrazende gedachten in mijn hoofd zijn niet om uit te houden. Ik blijf hobbelen van het ene uiterste naar het andere, van diep somber zijn naar overactief overal overheen walsen.

Ik snap geen bal van mezelf maar overleef wel. Door regelmatig gewoon heel praktisch te blijven, weet ik de meeste stemmingsschommelingen te doorstaan. Zonder besef van hoe gevaarlijk ik aan het leven ben.

Ik vind het op zeker moment toch zonde van mijn geld om iedere maand een pittig bedrag aan huur kwijt te zijn. Dat moet anders kunnen. Ik heb inmiddels een goede baan met een contract voor onbepaalde tijd bij de KLM.

Dat zorgt ervoor dat ik op pad ga om een eigen huis te kopen. Door in een huis te investeren, bouw ik een mooi kapitaal op voor later. Ik val als een baksteen voor een huis in Haarlem uit 1939 met een voor en achterkamer, waarvan de kamers gescheiden worden door schuifdeuren met prachtig gekleurd glas in lood.

Het voelt alsof ik in de hemel ben beland. Ik doe direct een bod en voor ik het weet ben ik de trotse eigenaar van dit bijzondere stadshuis. Een vriendin die voor het eerst komt om te proeven van mijn nieuwe onderkomen vertelt me dat ze het huis naar vakantie vindt ruiken.

Wauw, een groter compliment kan ik me niet voorstellen. Wat een mooie beschrijving. Ik voel me gezegend dat ik het huis heb gekocht, al verklaren veel mensen me voor gek omdat ik zo’n grote investering in mijn eentje doe, en dat al op mijn eenentwintigste.

Tukkies* ze zouden verboden moeten worden

Tijdens mijn sabbatical krijg ik meer voor elkaar dan op het moment dat ik mijzelf aan het dwingen ben om zestien ballen tegelijk in de lucht te houden. Zo simpel, maar wat een eye-opener.

En wat blijkt uit wetenschappelijk onderzoek naar rust? Als ik werk en rust met elkaar in balans breng, zal dat mijn hele leven veranderen. Het voelt voor mij als een ware missie, me bewust worden van het belang van rust in mijn leven, naast hard werken en gejaagd zijn.

Werk wordt mijns inziens behoorlijk overgewaardeerd. Dit terwijl rust daarentegen vaak als onbelangrijk wordt afgedaan. En niet alleen als onbelangrijk. Het lijkt zelfs wel alsof rust een slechte naam heeft. Rusten overdag is eng.

Stress en overwerk lijkt te worden gezien als een bewijs van ambitie of toewijding aan het werk. En dan wordt rust algauw gezien als iets verdachts of zondigs. Maar minstens zo opvallend is dat ik vooral bij mijn hardwerkende collega’s merk dat rust ook als oninteressant wordt gezien, als iets onproductiefs.

Voor veel mensen is rust een negatieve ruimte die gedefinieerd wordt door de afwezigheid van werk, en niet als iets wat op zichzelf staat en zijn eigen doel en waarde heeft. Zo boeiend, want voor veel werkende mensen is het probleem: wanneer ben je klaar met werken? Nooit toch?

Zeker nu we altijd en overal met elkaar in verbinding staan, is het moeilijker dan ooit om rust te vinden. Daarvoor betalen mijn werkgever, mijn geliefde en ik een hoge prijs. Overbelasting blijkt tot fouten op mijn werk te leiden.

Natuurlijk, op korte termijn mag het misschien zo zijn dat ik veel voor elkaar krijg door voortdurend aan het werk te zijn, maar ik bereik al snel het punt waarop dat minder oplevert dan ik zou denken. Al binnen een paar maanden word ik namelijk minder productief.

*Wat mij betreft is een tukkie een kort ‘onderbrekingsmoment’ van tien tot twintig minuten waarbij ik mijn ogen dichtdoe. Ik lig of zit dan op een rustige plek.

Hierdoor krijgen mijn lichaam en geest even rust. De tuk vermindert mijn spanning en stress en voelt goed voor mijn gezondheid. Na het doen ervan ben ik meer geconcentreerd en maak ik minder snel fouten.

Mijn productiviteit neemt significant toe. Eerst een emotie toelaten om vervolgens LOS TE LATEN zijn mijn favoriete toverwoorden.

Foto Ron Lach