Deel 3

Mijn moeder helpt mij weer naar buiten te gaan. Kleine stukken wandelen en de volgende dag weer iets verder proberen.

Na verloop van tijd wil de stadsrecherche dat ik aangifte van mishandeling doe en een fotoconfrontatie onderga. Samen met mijn vader meld ik me bij de receptie van het politiehoofdkantoor in de stad.

Ik ben nog steeds bont en blauw en loop met een mank been. De receptiemedewerkster vraagt ongeïnteresseerd of de verwondingen zichtbaar zijn. Maar echt op een toon van: daar hebben we weer zo’n zogenaamd slachtoffer.

Terwijl we naar de ruimte lopen waar de foto’s worden ingezien, komt er een rechercheur aanlopen die zegt: ‘Ja, die vechtpartijen in de stad. Het worden er steeds meer. Waarom moeten jullie toch altijd vechten?’

Ik kijk mijn vader aan. Na wat foto’s te hebben bekeken en niks gevonden te hebben, besluiten we zo snel mogelijk uit die beklemmende sfeer te komen en niet verder te gaan met die foto’s. Ook in het doen van aangifte heb ik geen vertrouwen meer.

De politie doet nog een poging om ons terug te roepen, maar daar trappen mijn vader en ik niet in. Wat een stel zielige, respectloze en vooral vermoeide onwetende mensen. Is dat de normale gang van zaken? Ik voel me intens verdrietig, angstig en machteloos.

lees verder Het slot