Broederliefde

Mijn broer komt voor een jaartje bij mij wonen. Even bijtanken en z’n balans hervinden. Een turbulente tijd. Hij is een ware levensgenieter maar kan zich ook tijden behoorlijk eenzaam voelen.

Maar goed, het gezamenlijk huishouden draait prima, met dank aan een gezamenlijk rooster. We koken ook voor elkaar. Mijn broer heeft nogal roerige jaren op en om de universiteit achter de rug. Ook vrienden en vriendinnen komen regelmatig over de vloer, wat een heerlijke intensiteit van leven met zich meebrengt.

Mijn leven ervaar ik als rijden in een locomotief. Het kost nogal wat energie om het voertuig op gang te krijgen, maar als hij eenmaal rijdt, dan dendert hij onverminderd voort. Als ik ‘op stoom ben’, dan ben ik niet meer te houden.

Ik ga helemaal op in bijvoorbeeld een plan van mijn broer om voor een periode in Zimbabwe te gaan wonen en werken. Overigens liggen er ook bij mijn broer depressies en stemmingswisselingen op de loer. Helaas kunnen we elkaar niet echt helpen. We weten simpelweg nog te weinig over het fenomeen depressie.

Ik voel me intens dankbaar voor het gezelschap van mijn broer en besluit hem verderop in het jaar op te gaan opzoeken in Afrika, waar hij dan voor een jaar naartoe verhuisd is.

Zoals je inmiddels weet, zit ik qua vliegtickets gebakken. Ik koop verschillende tickets om naar Lilongwe te vliegen. De sport is om zo te reizen dat ik wel weer op tijd terug ben voor mijn eerste werkdag. De tickets kan ik alleen gebruiken als er een plaats in het betreffende vliegtuig beschikbaar is. Logisch: eerst klanten, dan medewerkers. Dus koop ik tickets voor verschillende tussenstops. Zo vergroot ik mijn kans om mee te kunnen vliegen. Is het niet op de ene luchthaven, dan lukt het wel via een andere.

Slapen kan ik lokaal in het dorp waar mijn broer woont. Wat een indrukwekkende aankomst op Lilongwe Airport. Ik zie mijn broer en voel diepe ontroering. We reizen naar het dorp waar hij woont, en mijn broer zit vol verhalen. Heerlijk om naar te luisteren. Van zijn introverte karakter merk ik even helemaal niets.

Bij aankomst worden we verwelkomd door het gezin dat bij Max inwoont en zorgt voor het huishouden en de tuin. Ik vertel aan Max dat ik best wel een ‘slavengevoel’ bij zo’n jong gekleurd gezin krijg. Max legt uit dat als hij ze niet had aangenomen, dit gezin dan niet in zijn levensonderhoud zou kunnen voorzien.

Qua buitenshuis eten is het oppassen geblazen. De Zimbabwanen frituren heel veel, waaronder vlees. Het frituurvet wordt te lang gebruikt en krijgt een ietwat ranzige bitter-zure smaak. Als het gebakken is, wordt het vlees op de balie van een standje neergelegd. Het ruikt heerlijk en ik geniet van de lekkere geur. De ietwat ranzige smaak neem ik dan maar voor lief. De trek wint het van mijn gezond verstand.

Toch zou ik beter moeten weten. Je weet namelijk niet hoelang dat vlees in de warme buitenlucht heeft gelegen. De lokale bevolking is deze manier van eten gewend. Ik dus duidelijk niet en ik ben weken aan de diarree. Het gevaar van uitdroging ligt op de loer. Bizar om achteraf te horen dat de aarde van Zuid-Afrika vol schijnt te zitten met lithium.

Onze eerste trip brengt ons bij de meest indrukwekkende watervallen die ik ooit gezien heb. De Victoriawatervallen zijn adembenemend mooi. We zijn er met een stoomtrein naartoe gereden, een ervaring op zich. Als we vlak in de buurt van die vallende watermassa staan, worden we nat van de nevel die vrijkomt door het watergedonder. Wat is dit genieten geblazen.

Foto Muhammed Ballan

Daarentegen zijn er ook de mensonterende toestanden in Mozambique. We bevinden ons op de grens van Mozambique en Zimbabwe. De regeringsauto’s rijden daar levensgevaarlijk hard over de stoffige wegen, en ze remmen niet af. Er verongelukken voetgangers. Deze ervaringen snijden diep in mijn ziel.

De respectloosheid van de politiek naar de lokale bevolking is zo intens. Ik begrijp nu ook beter hoe corruptie zo in de hand gewerkt wordt. Mijn broer en ik zijn juist begaan met de lokale bevolking. Er is zoveel wijsheid. Toch overheerst ook hier de enorme armoede.

De jonge mensen willen allemaal vrienden met je worden. Zij horen verhalen over rijkdom in Europa en willen ook een kans. Max en ik besluiten een bijdrage te leveren aan de lokale welvaart door een berg te beklimmen en daarvoor dragers in te huren.

En zoals gezegd huurt Max een kok en schoonmaakster in. Zij mogen gratis inwonen en verdienen wat geld om te kunnen sparen. Er wordt zelfs een baby geboren. In een aangrenzend pand is er genoeg ruimte voor het hele jonge gezin.

Als mijn broer niet hoeft te werken of studeren, reizen we ook naar Zambia. We raken met lokale mensen in gesprek en horen verhalen over hoe buitenlandse boeren van hun erf worden verjaagd, waarna dat wordt ingenomen door de locals.

Volgens de bevolking hebben de buitenlandse boeren deze grond oorspronkelijk ingepikt en is nu de tijd aangebroken om die terug te vorderen. De spanningen hangen in de lucht. Tijdens het reizen mogen we meerijden met een van de buitenlandse boerinnen.

De buitenlandse boeren hebben hun eigendommen nog wel maar zijn zich terdege van het feit bewust dat hun land ook teruggevorderd kan worden door de locals. Bij hun woonhuis hebben zij een zwembad zonder zwemwater. Zij hebben het zwembad gevuld met drinkwater omdat ze bang zijn dat de locals ook de drinkwatervoorziening gaan opeisen. Zo verontrustend en ook onze boerin gedraagt zich paranoïde.

Max en ik zijn ook regelmatig in gesprek over onze persoonlijke situatie. ‘Ben je gelukkig?’ ‘Kun je doen wat je belangrijk vindt?’ ‘Hoe bevalt je werk?’ We drinken lekker sterke thee en komen uit op mijn werk voor de KLM en hoe ik het werken daar ervaar.

Vooral de vier mooie reizen naar mijn familie in Albuquerque herinner ik me goed. Vol van de Afrikaanse indrukken keer ik terug naar Nederland, alwaar spannende tijden aanbreken. Ik solliciteer voor een baan in de gezondheidszorg. Ik word dan groepsbegeleider voor oudere mensen met een verstandelijke beperking.

Foto Kerry Carron

Ik kan me nog als de dag van gisteren herinneren dat de sollicitatiecommissie mij de vraag stelde: ‘Waarom wil je stoppen met zo’n goedbetaalde baan en bij ons komen, waar je ongeveer de helft minder verdient?’

Voor mij is het antwoord niet lastig: ‘Ik heb zoveel diepgang ervaren in mijn vrijwilligerswerk. Bij de verschillende sociale organisaties waar ik dat vrijwilligerswerk doe, is er zoveel ruimte voor inhoud en persoonlijke ontwikkeling. Dat is bij de KLM absoluut niet het geval. Alles draait om de winst. Ook prima, maar voor mij is dat zeker niet het enige wat belangrijk is.’

Liefde van mijn leven

Als ik op zeker moment bij Joyce, een vriendin, aan het bijpraten ben, komt er een foto voorbij. Daarop zie ik een bijzonder aantrekkelijke vrouw, samen met Joyce. Ze lacht en zegt dat dat haar nicht José is. Deze nicht heeft op zeker moment mijn stem beluisterd via de voicemail van Joyce en zei toen tegen haar: ‘Van wie is die stem? Wat een sexy stem! Die man wil ik wel ontmoeten!’

Ik ben er niet meer echt mee bezig als enige maanden later de telefoon gaat. Joyce nodigt mij uit voor een etentje bij haar thuis. En ze heeft ook haar nicht uitgenodigd. Of ik dat zie zitten. Nou, welke vent wil niet een etentje met twee mooie vrouwen? Dus ik ben helemaal blij met de lieve uitnodiging en ben zo benieuwd naar José.

Op weg naar mijn date koop ik een grote bos bloemen en ik loop daarmee richting het afgesproken adres. Het huis ligt aan een groot water. Als ik vlakbij een kerk zie staan, betekent dat dat ik er bijna ben. Ik voel me best wel nerveus, haal driemaal diep adem en zie ze al voor het raam staan wachten. Terwijl ik aanbel, voel ik me weer rustiger worden. Joyce doet open en staat te stralen in de deuropening.

En dan loop ik naar binnen en is daar die andere mooie vrouw. Wat een heerlijke uitstraling. Ik ben op slag verliefd en denk tegelijkertijd: die krijg ik nooit! Achteraf vertelt José dat zij hetzelfde voelt tijdens onze eerste ontmoeting. Wel een lastige situatie, omdat Joyce naar later blijkt ook verliefd is op mij.

Zij geeft het wel niet met zoveel woorden toe, maar zij ziet wat er tussen mij en José gebeurt en reageert wat geschrokken. Toch gunt zij het ons en blijft heel liefdevol. De verliefdheid tussen José en mij gaat nog dieper. Het voelt alsof zij de liefde van mijn leven is. Wat voel ik me een bofkont. Ik weet gewoon niet wat me overkomt. De komende periode brengen we heel veel tijd met elkaar door.

Het bizarre is dat ik nog een veertiendaagse reis naar Hongarije heb gepland met de Hongaarse Maan, m’n ex-vriendin. De bedoeling daarvan is dat ik op die manier afscheid kan nemen van haar familie. Zij wil dan ook mijn gids zijn en nog een keer samen het Hongaarse platteland ervaren met een huurauto. Maar ja, ik ga inmiddels met José. Hoe zal zij dat vinden? Ik besluit het van haar af te laten hangen.

Als zij het niet ziet zitten, dan ga ik niet naar Hongarije. Maar José heeft alle vertrouwen in ons en vindt het belangrijk dat we op deze manier onze maatjestijd kunnen afsluiten. Zoiets geks heb ik nog nooit meegemaakt. Ik ben stapelverliefd op haar als ik veertien dagen op reis ga naar het thuisland van Maan.

Toch hebben José, Maan en ik het heel goed. Ik heb iedere dag een collect call met José via een ouderwetse telefooncel. Het zal haar een torenhoge rekening opleveren. Ook al heb ik uit nieuwsgierigheid verschillende malen proberen los te peuteren wat nou de exacte hoogte is van de uiteindelijke telefoonrekening, ze heeft het nooit verklapt.

Hoe prachtig onze Hongarijereis ook is, ik mis José enorm. Dat is ook pijnlijk voor Maan, maar we weten natuurlijk ook niet van tevoren waar we aan beginnen. Ik geniet van haar familie en slurp zoveel mogelijk Hongarije op. Als ik verder gegaan zou zijn met haar, dan had ik hier in Hongarije zeker een zomerhuis met een lap grond gekocht. Wat een prachtig land, met vriendelijke mensen.

Inmiddels heb ik van alles en iedereen in Hongarije afscheid genomen. Toch ook wel heel verdrietig om te zien dat haar ouders mij graag als hun schoonzoon hadden gezien. Uiteindelijk zitten we in de trein die ons terugbrengt naar Nederland. José zal ons opwachten op Amsterdam Centraal. Wat gaat de tijd tergend langzaam.

Maan en ik praten nog na over hoe nu verder. Ik zou graag als vrienden verdergaan, maar ook zij is nog verliefd op mij. We spreken af dat ik het met José zal hebben over de situatie, en dat ik Maan zal informeren als ik meer weet. Na een lange slopende reis arriveren we op station Amsterdam Centraal.

Ik stap het perron op en zie daar José staan. Ik excuseer me tegenover Maan en ren naar haar toe. Wat is dit heerlijk, zo vertrouwd. Mijn ouders zijn er ook. Wat een feestje. We nemen allemaal afscheid van elkaar en José en ik gaan heel lang en intens van elkaar genieten. Uiteindelijk pakken we de draad van het gewone leven weer op, en ik ontmoet Maan nog een aantal keren.

Zij is nog steeds verliefd, dus uiteindelijk wil José toch dat ik het verdere contact verbreek. Zij heeft last van de verliefde Maan. Zij staat als het ware tussen ons in. Ik praat hier met Maan over. Zij begrijpt het helemaal en is zo blij met de tijd die we samen hebben gehad. Zij wil de gevoelens van José respecteren en zal mij loslaten. Onze reis van vijf jaar samenwonen is beëindigd!

De polder

In Heerhugowaard wonen in 2000 zo’n eenenvijftigduizend mensen. Eigenlijk kom ik er alleen om mijn zus, mijn neefje en mijn nichtje te bezoeken. Voor de rest ervaar ik geen klik en ik ben altijd weer opgelucht als ik met de trein Heerhugowaard uit rijd. Ik zou er echt nooit willen wonen. Te benauwend.

Hoe anders blijken dingen te kunnen lopen. Ik woon nog in Den Haag en werk in Delft en ik geniet van mijn nieuwe leven. José blijkt samen met haar twee kinderen in Heerhugowaard te wonen. Zo hilarisch!

In het begin reizen we samen heel wat heen en weer, nog even zonder de kinderen. Totdat ik het reizen eigenlijk wel zat ben en met haar in gesprek raak over samenwonen. Maar waar?

Alle ontwikkelingen gaan zo snel, we voelen zoveel liefde voor elkaar. Ik voel me zo compleet mezelf, zo samen met José. De keuze is niet zo moeilijk. We kiezen voor de kinderen, en die wonen in Heerhugowaard. Daar waar hun school is en hun vriendjes en vriendinnetjes wonen. Ik zet mijn huis te koop en al heel snel is het met een mooie winst verkocht.

José heeft na haar scheiding inmiddels een appartement weten te bemachtigen. We knappen het saampjes op en trekken in ons nieuwe onderkomen. Zo spannend allemaal. Wat voel ik me verliefd, ook al blijf ik last houden van mijn stemmingswisselingen.

En dan is daar de ontmoeting met m’n bonuskinderen. Zeven en negen jaar oud. Wat ben ik zenuwachtig. We zien elkaar en er is een warme klik voelbaar. Ineens ben ik bonusvader voor twee kinderen. Wie kan dat zo snel zeggen? En er is een kleintje van ons samen op komst. Ik voel zoveel magische ontroering.

En dan besluiten we ook nog eens om in juni 2001 te gaan trouwen. Alles komt bij elkaar. Ik vind het lastig om te omschrijven wat mijn liefde voor José betekent. Bestaan daar wel woorden voor? Maar dat aanwezige vertrouwen, die onvoorwaardelijke liefde, het geduld, de kwaliteit van luisteren en het mezelf mogen en kunnen zijn, voelt hemels.